De tentoonstellingen 2014

 

Het impressionisme en de Amerikanen
van 28 maart tot 29 juni 2014

De expositie brengt meer dan 80 geschilderde doeken bijeen uit Europa en de Verenigde Staten van tussen de jaren 1880 en 1900.
Ze debuteert met belangrijke schilderwerken van de grote, onder de uit het buitenland vertrokken figuren, als Mary Cassat, John Singer Sargent en James A.M. Whistler. Het wil de aandacht vestigen op de rol die deze Amerikanen hebben gespeeld in het verkennen van harmonieën van heldere kleuren en van niet-gepubliceerde uitgewerkte composities in het contact met Franse impressionisten, zoals Claude Monet en Edgar Degas. Soms is de assimilatie van nieuwe technieken veel progressiever, zoals Theodore Robinson en Childe Hassam dat laten zien in plattelandsgezichten (Giverny) en van grote steden (Parijs, Boston, Chicago).
Kortom, de expositie presenteert een geheel van artiesten die, naar het beeld van William Merritt Chase, de Amerikaanse markt hebben weten te bekoren door de impressionistische ideeën aan te passen aan Amerikaanse onderwerpen: van ruige kusten aan de Atlantische Oceaan tot parken in New York, via het beeld van de Amerikaanse vrouw. Uit deze in het oog springende diversiteit komt een duidelijk Amerikaanse impressionistische stroming aan het licht, waarvan de originaliteit zo zou kunnen worden samengevat: een nieuw licht voor een nieuw publiek.
 

 

Brussel, een impressionistische hoofdstad
van 11 juli tot 2 november 2014

België, dat in 1830 onafhankelijk werd, kende spoedig een uitzonderlijke welvaart. Als gevolg van de industrialisering die er bijzonder vroeg op gang kwam en mede dankzij een gunstig, open klimaat was het koninkrijk aan het eind van de eeuw uitgegroeid tot een van de eerste economische wereldmachten. De economische expansie zorgde ervoor dat het land in een snel tempo verstedelijkte, en onder impuls van koning Leopold II (1865-1909) kende Brussel een ontwikkeling die we kunnen vergelijken met de urbanisatieprojecten van Haussmann in Parijs. Dit ging gepaard met een nooit geziene culturele bloei. De jonge hoofdstad had een strategische ligging op de grens van Noordelijk en Zuidelijk Europa en wierp zich op als een kruispunt van de artistieke avant-gardes. Brussel onderscheidde zich door haar bruisende culturele leven. Als hoofdplaats van de art nouveau en het symbolisme behoorde ze – en daar is het ons hier om te doen - tot de eerste steden die de impressionistische en neo-impressionistische meesterwerken verwelkomde op de Salons des XX en de Salons van La Libre Esthétique.


Traditioneel geneigd om de werkelijkheid te beschrijven, gevoelig voor de taal van kleur en licht kozen de Belgische schilders, net als de Franse impressionisten, voor een thematiek waarin de hedendaagse leefwereld werd afgespiegeld en met vrijere technieken  geïnterpreteerd. Zo is James Ensor, die heel vroeg al opteerde voor een helder kleurenpalet en een gefragmenteerde verftoets – voordat hij toetrad tot de symbolistische beweging en vervolgens het expressionisme zou aankondigen, een emblematisch voorbeeld van deze onafhankelijkheid. En zo veroverden erg verscheiden persoonlijkheden als Alfred Stevens, Émile Claus en Théo Van Rysselberghe in alle vrijheid hun plaats op het internationale artistieke toneel.

Meer nog dan in Frankrijk is ‘impressionisme’ in België een woord dat vele ladingen dekt.

Op de tentoonstelling zijn een honderdtal werken te zien: hoofdzakelijk schilderijen, maar ook affiches en tekeningen, waarvan zowat een derde afkomstig zijn uit de collectie van het Museum van Elsene. De overige bruiklenen zijn afkomstig uit de Koninklijke Museum voor Schone Kunsten van België, het Museum Camille Lemonnier, het Charliermuseum, het Museum en Tuin Van Buuren en het Archief voor Hedendaagse Kunst in België, alle gelegen in Brussel, aangevuld met werken uit de musea voor schone kunsten van Luik, Gent, Oostende, Antwerpen en uit de Triton Foundation. Ook vele Franse musea, met name het musée d’Orsay, maar ook de musea van Compiègne, Douai en Rijssel, leveren een belangrijke bijdrage aan dit project, net als de fondation de l'Hermitage van Lausanne, het Amsterdamse Van Gogh Museum en tal van Europese particuliere verzamelaars.

Het parcours bestaat uit zes afdelingen: de salons van Les XX en van La Libre Esthétique, De schilders van het moderne leven,  Claus en het luminisme,  De landschapsschilders, Het tweede vaderland van het neo-impressionisme en ten slotte De dageraad van de 20ste eeuw.

Tentoonstelling georganiseerd in samenwerking met het Museum van Elsene, Brussel.

 

De omgeving van Claude Monet (permanente zaal)
van 28 maart tot 2 november 2014

In het kader van zijn tijdelijke exposities houdt het Musée des Impressionnismes een tentoonstelling gewijd aan de invloed die Claude Monet uitoefende op zijn tijdgenoten en de generaties na hem.

Zonder volledigheid na te streven brengt deze tentoonstelling een eerbetoon aan een van de grootste persoonlijkheden uit de Franse kunstgeschiedenis. Ze belicht Monets invloed in Frankrijk en in het buitenland, van Sisley tot de Amerikaanse kunstenaarskolonie van Giverny, van  Maurice Denis tot de Japanse schilder Hiramatsu Reiji.

In de zaal ‘Autour de Claude Monet’ (‘Claude Monet en omgeving’) wisselen de tentoongestelde werken, samengebracht rond hetzelfde thema, jaarlijks in functie van de bruiklenen. Dit betekent dat de toeschouwer niet alleen onze tentoonstellingen bezoekt, maar dat hij bovendien op elk moment van het jaar kan genieten van  werken gewijd aan deze impressionistische thematiek.


.